Het NIOD is gevestigd in een monumentaal pand aan de Herengracht in Amsterdam. Afgezien van het feit dat in dit pand veel historie wordt bewaard en onderzocht, kent het gebouw zelf ook een rijk verleden.

Herengracht 380

Wat als eerst opvalt, als je voor het gebouw staat, is de breedte. Vóór 1890 stonden hier namelijk twee panden, nr. 380 en nr. 382. Maar in de ijskoude nacht van 13 op 14 januari 1888 woedde er een felle brand in het pas gerenoveerde pand nr. 382. De dag erna was het gebouw veranderd in een ijspaleis en onbruikbaar om in te wonen.

De eigenaar van het pand, de rijke tabaksondernemer Jacobus Nienhuys (1837-1927), kocht na de brand het aangrenzende nr. 380 en gaf architect Abraham Salm de opdracht een nieuwe woning te ontwerpen.

Franse renaissancestijl

Salm ontwierp het woonhuis en de voorgevel in de voor Nederland en Amsterdam ongebruikelijke Franse renaissancestijl. Zo kon Nienhuys, toen de woning in 1893 klaar was, met paard en koets door de brede ingang zijn woning binnenrijden. Dit was een unicum voor Amsterdam.

Er was geen tuin, maar wel een binnenplaats en een koetshuis in neogotische stijl. Daar bevond zich een gasmotor die elektriciteit opwekte om het huis te verlichten. Ook dat was heel bijzonder voor die tijd.

Koetshuis 

De architect gebruikte naast de Franse renaissancestijl zoveel mogelijk andere stijlen, zodat bijna alle ruimtes er verschillend uitzagen. Zo was de badkamer ingericht in Moorse stijl.

Nienhuys woonde hier maar enkele jaren, tot 1909. Het pand verloor daarna zijn woonfunctie. In 1921 kocht de Deutsche Bank het gebouw en wijzigde het ingrijpend. De binnenplaats werd overkapt om kantoorruimte te creëren en eronder werden twee grote bankkluizen aangelegd. De kluisentree en de begane grond, waar vroeger de keuken was, werden van marmer voorzien.

De kamers op de eerste verdieping, met hun wortelnotenhouten en eiken lambrisering en fraaie plafonds, kregen weliswaar een andere functie, maar bleven onaangetast. De zogenaamde bediendetrap, die naast de monumentale trap lag, werd verwijderd om plaats te maken voor wc’s en in diverse kamers werden kleinere bankkluizen aangebracht.

Bevrijding

Na de bevrijding van Nederland in 1945 werden alle Duitse bezittingen door de staat geconfisqueerd als een begin van herstelbetalingen. Dat gold ook voor het bankgebouw. Er was kort een tribunaal voor berechting van collaborateurs in gevestigd en vanaf de jaren zestig zat het Agentschap van het Ministerie van Financiën er.

Voordat het NIOD het pand in 1997 betrok, werd het gebouw uitgebreid gerestaureerd en gerenoveerd. Bij de restauratie was het uitgangspunt om zoveel mogelijk naar de oorspronkelijke opzet uit de 19e eeuw terug te gaan. De belangrijkste vernieuwing was de bouw van een bibliotheek/studiezaal op de plek van de oorspronkelijke binnenplaats. Daarnaast werden ook de bankkluizen volledig gestript en geschikt gemaakt voor de collecties van het NIOD.