Geassocieerd onderzoek

Het is bekend dat Engeland bijna 10.000 vluchtelingenkinderen opnam die met kindertransporten naar het Britse eiland kwamen, maar het feit dat ongeveer 2.000 vluchtelingenkinderen onderdak zochten in Nederland is nog nooit onderzocht. Miriam Keesings studie Alleenstaande Duitse en Oostenrijkse vluchtelingenkinderen 1938-1939 onderzoekt dit onderbelichte onderwerp.

Kinderen op een onderduikadres in Nederland

Onderzoeker: Miriam Keesing
Looptijd: 2008-2014
Beoogde publicatie: boek
Begeleider: Prof. dr. Evelien Gans
Website: www.dokin.nl

Meer informatie:

Als reactie op de vele Duitse vluchtelingen die na de machtsovername door de nazi’s in januari 1933 naar Nederland kwamen, sloot de Nederlandse regering geleidelijk de grens met Duitsland. In de zomer van 1938 was dit proces voltooid.

Na de door de nazi’s ontketende pogroms tegen de joden in Duitsland op 9 en 10 november 1938 (de Kristallnacht) vond een meerderheid van de Nederlandse bevolking dat de regering wél kinderen moest toelaten. Vooral de Joodse vluchtelingenorganisaties maakten zich hier sterk voor. De regering stemde in eerste instantie toe met het toelaten van kinderen die familie in Nederland hadden, maar alleen op voorwaarde dat de Joodse gemeenschap alle kosten voor de opvang betaalde. Bovendien moesten deze kinderen zo spoedig mogelijk doorreizen naar andere landen.

Al op 22 november 1938 kwam het eerste kindertransport met 25 kinderen in Nederland aan, en er zouden er nog meerdere volgen. Tevens kwamen veel kinderen op illegale wijze naar Nederland: zij kwamen lopend of bij smokkelaars achterop de fiets over de grens. Verschillende tehuizen, verspreid over het hele land, vingen de kinderen op.

Aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en getuigenverklaringen van overlevende vluchtelingenkinderen beantwoordt Miriam Keesing onder andere de vraag welke rol de Nederlandse overheid in de opvang van de vluchtelingenkinderen speelde.