Uitgelicht onderzoek

In het NWO-onderzoeksproject Erfenissen van collaboratie werd de positie van voormalig collaborateurs in de Nederlandse naoorlogse samenleving onderzocht. 

Arrestatie van collaborateur in Amsterdam (1945)

Projectleider: dr. Ismee Tames
Onderzoekers: dr. Bram Enning, drs. Helen Grevers
PublicatiesVan landverraders tot goede vaderlanders. De opsluiting van collaborateurs in Nederland en Belgie, 1944-1950 (Amsterdam; Uitgeverij Balans 2013), Doorn in het vlees. Foute Nederlanders in de jaren vijftig en zestig (Amsterdam; Uitgeverij Balans 2013), Spreken over fout. Hoe kinderen van collaborateurs het zwijgen verbraken (1975-2000) (Amsterdam; Uitgeverij Balans 2014). 
Samenwerkingsverband: Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Brussel
 

Meer informatie:

Over de bezettingstijd is veel gediscussieerd over wie ‘goed’ waren en wie ‘fout’, en, meer recent, over welke grijstinten er bestonden. Met het onderzoeksprogramma Erfenissen van Collaboratie is voor een andere benadering gekozen: voor het eerst hebben onderzoekers de positie van voormalig ‘fout’ Nederland en België in de naoorlogse samenleving in kaart gebracht. Zo geven ze nieuw inzicht in de mechanismen van uitsluiting en integratie in Nederland en België en in de daarmee samenhangende ideeën over ‘goed burgerschap’.  Dit onderzoeksprogramma besluit met drie bijzondere publicaties uitgegeven door Uitgeverij Balans.

De boeken zijn tot stand gekomen op basis van uniek, niet eerder bestudeerd materiaal uit archieven van de interneringskampen en maatschappelijke- en overheidsinstanties, maar ook gebaseerd op interviews, persoonlijke archieven en de media. Deze nieuwe bronnen en benadering voorzien het wetenschappelijke en het publieke debat over ’fout’ na de oorlog van nieuwe inzichten.

In Van landverraders tot goede vaderlanders beschrijft Helen Grevers hoe collaborateurs in Nederland en België kort na de oorlog fysiek werden uitgesloten via internering, juridische vervolging en bestraffing. Wat betekende deze periode van internering voor de voormalige collaborateurs? Hoe werden zij voorbereid op vrijlating en welke verwachtingen hadden zij van hun terugkeer in de naoorlogse samenleving?

In Doorn in het vlees richt Ismee Tames zich op de jaren vijftig en zestig. Hoe bouwden voormalig politieke delinquenten en hun gezinnen weer een bestaan op? Welke strategieën waren succesvol en welke niet? Wat waren de voorwaarden die aan hen gesteld werden voordat zij weer als medeburgers werden geaccepteerd? Of bleef deze groep daadwerkelijk altijd uitgestoten, een ‘doorn in het vlees’?

In Spreken over fout concentreert Bram Enning zich op de kinderen van voormalige collaborateurs. Vanaf eind jaren zeventig organiseerden mensen uit deze groep zich  en vroegen aandacht voor de “kinderen van ‘foute’ ouders”. Wie hielpen hen daarbij en wie probeerde hen juist buiten de kring van oorlogsslachtoffers te houden? Hoe werden zij langzamerhand opgenomen in het stelsel van psychische hulpverlening en maatschappelijke herinnering aan de oorlog?

Erfenissen van Collaboratie is gefinancierd door NWO en uitgevoerd door het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Brussel.